Boorspons
Clione celata Grant, 1826
Tekst: A.W. Gmelig Meyling. Versie 15-4-2008.
Zoekbeeld
Van de levende Boorspons zijn gewoonlijk niet meer dan de kleine geeloranje in- en uitstroomopeningen zichtbaar. Deze staan altijd binnen enkele centimeters van elkaar. Een kolonie kan uit enkele tientallen in- en uitstroomopeningen bestaan. De instroomopening lijkt het meest op een kleine ronde speldenkussentje. De uitstroomopening wordt gevormd door een hol buisje.
Afmetingen
Kolonie worden in de Oosterschelde en Grevelingenmeer niet groter dan de oestersschelpen waar ze in leven. De geeloranje speldenkussentjes hebben een doorsnede tot 3 mm. Een heel enkele keer vormt de spons een tot 1 mm dikke, grote en brede plakkaten buiten het substraat. Deze kunnen aanzienlijke afmetingen bereiken, maar zijn in de Nederlandse kustwateren zelden gezien.
Kleur
De spons heeft in Nederland vrijwel altijd een geel uiterlijk soms wat neigend naar geeloranje of geelgroen.
Habitat
De Boorspons boort zich in kalkhoudendsubstraat, door het afscheiden van zuur. In Nederland wordt de soort voornamelijk ingeboord waargenomen in oude tweekleppige schelpen, meestal oesterschelpen, maar ook in kalksteen.
Mondiale verspreiding
De Boorspons komt voor langs de Noordzee, de noord-oostelijke Atlantische kusten en in de Middelandse zee. De Boorspons kan ook voorkomen in korstvormige heuvels. Bij deze vorm zijn niet alleen de trompetjes te zien zijn, maar is de spons veel verder uitgegroeid. Deze vorm komt algemeen voor rond de westkusten van Engeland en Frankrijk, maar niet in de Nederlandse zoute wateren en de Noordzee.
Opmerkingen
- De spons dankt zijn Nederlandse naam aan het feit dat hij zich in zachtere gesteentes en schelpen boort. Je hoeft als duiker dus niet op basalt blokken naar Boorsponzen te zoeken. Deze steensoort laat zich niet door de zuren van de spons uitbijten.
- Wanneer de spons sterft blijft het geboorde gangenstelsel in het kalksteen zichtbaar.

